|

Voor het zesde nummer van Poker Magazine schreef Dal weer een heel verhaal
over zijn avonturen in februari en maart.
Hier volgt het volledige artikel uit het onlangs verschenen zesde nummer van Poker Magazine...
Op koers naar spannende tijden
In het kader van de verkenning van mijn nieuwe Boheemse thuishaven moest uiteraard ook de poker scene onderzocht worden. Ons favoriete kaartspel is nog niet helemaal tot in Praag doorgedrongen, maar mede door de aanwezigheid van de EPT afgelopen december begint dat langzamerhand een beetje te komen. Als eerste kwamen wij terecht in het Spearmint Casino, waar we naar binnen werden gelokt door het ons niet onbekende neushoornlogo. Al ziet het er van binnen goed verzorgd uit, het blijft natuurlijk een smethuis. De afwezigheid van de schaarsgeklede dames, die doorgaans met dat logo geassocieerd worden, stemde ons ook direct in den minne. Señor Ten en ik schoven ondanks dat toch even aan bij een van de vier tafeltjes voor een robbertje No Limit Hold’em met een stelletje Praagse schrapers. De gangbare limiet is 20-40, wat minder heftig is dan je zou vermoeden, want de blinds zijn omgerekend 80 en 160 eurocent. Een hogere partij is in Praag nog niet gauw te vinden, vooral omdat de pokerstudent hier gewoon nog echt geen cent te makken heeft, wat in Nederland inmiddels wel anders is. De teneur aan tafel is dan ook die van scared money, waar de jongens met trillende handen en een gezonde dosis tegenzin een call van tien euro maken met de second nuts. Dit is natuurlijk vragen om een aantal lompe blufs, maar nadat ik hiermee een paar keer tegen een geflopte monster aanliep, had ik het daar ook wel weer mee gehad. Gelukkig mag je hier wel nog gewoon roken aan tafel, anders hadden ze mij daar al helemaal nooit meer teruggezien.
De ietwat afgelegen locatie van dit gokhol liet toch wel te wensen over, dus gingen we maar eens een kijkje nemen rond het Václavské náměstí - of Venceslasplein, whatever - waar altijd wat te doen schijnt te zijn. Inderdaad konden we hier tussen de tientallen casino’s en gokhallen nog drie smethuisjes vinden waar je kon pokeren.
Na steeds na vijf minuten al hoofdschuddend en schouderophalend het pand verlaten te hebben, kwamen we als laatste in het Banco Casino terecht, waar ze eindelijk begrepen hebben hoe ze een casino in moeten richten. We werden begroet door een heerlijke Jana achter de receptie en zagen al snel nog twee perfect tens achter de bar staan. Dan moet het wel heel gek lopen, willen wij het ons hier niet naar de zin hebben.
Toen we vervolgens ook nog een paar heerlijke, met luipaardmotief beklede banken zagen staan en een serie grote foto’s aan de muur zagen hangen met ontklede dames in suggestieve poses, wisten we dat we de kans uitzonderlijk groot was dat we hier in de pokerhemel waren beland.
We bleven dus even hangen om vol verwachting aan het rebuytoernooi deel te nemen, wat weldra van start zou gaan. Helaas was ook hier het poker-animo ver te zoeken en werd dit toernooi niets meer dan een Sit & Go. Later vernamen we dat dat kwam omdat dit casino eigendom is van een stel Albanezen, en omdat de xenofobe Tsjech daar een bijna even grote hekel aan heeft als aan zigeuners, weigeren ze collectief om dit schitterende etablissement te betreden. Zeer jammer.
Als klap op de vuurpijl was mijn carrière als anonieme Praagse grinder ook geen lang leven beschoren, toen ik door een van mijn tegenspelers herkend werd, omdat hij juist de dag ervoor de DVD-tjes had zitten kijken van de Master Classics of Poker.
Ik heb ook altijd pech.
De poker-verkenningstocht was afgerond en leidde ons tot de conclusie dat Praag helaas (nog) geen mogelijkheden biedt voor de serieuze pokerspeler. Tijd dus voor een reflectiemoment om een nieuw carrièrepad te kiezen. Voor drankjes drinken is deze stad meer dan geschikt, dus in de dagen die volgden gingen we dat maar doen, in afwachting van betere ideeën.
Rocco, Señor Ten en ik hadden al snel bedacht dat als we elke avond minstens drie nieuwe kroegen van binnen zouden bekijken, dat we dan al snel een goede mentale database aanleggen met een correcte invulling voor elke soort van avond. De 24-uurs sports bars, waar de jukebox duurder is dan het pils, zijn ideaal voor de spreekwoordelijke afzakker. De woensdag- en donderdagavond werden al snel bestempeld tot karaoke night en in het weekend is het de beurt aan een van de vele cocktailbars en lounge clubs. En op de verloren zondagen en maandagen dat bijna alles gesloten is, kun je altijd nog in een van de vele stripclubs terecht.
Zo kwamen we op zo’n soort avond op weg naar huis langs een dergelijk ‘cabaret’, waar wij door een appetijtelijke Russische haas naar binnen werden gelokt. We hadden dorst, dus waarom ook niet. We kwamen via een smalle wenteltrap in een extreem schrale kelder terecht, die nog het meeste aan het gokhol van Teddy KGB uit Rounders deed denken. Niet toevallig werd deze tent ook volledig gerund door Russisch schuim, alleen was een raar mannetje met een baard gelukkig ver te zoeken.
Tussen de dansende vrouwtjes, die deze armoedige toko onder de tragisch lelijke stenen gewelven nog wat sfeer probeerden te geven, bevonden zich zoals gebruikelijk ook een paar niet onooglijke types en daar raakten we dan ook al snel mee aan de praat. Als het op de dames aankwam werd ik al langer half schertsend een Joey Knish genoemd (“Dal - he always sees all the angles, but never has the stones to play one...”) en gelukkig bevond ik mij nu in een situatie waarin ik de jongens het tegendeel kon bewijzen.
Iets meer dan een week later zat ik met mijn nieuwe, uit de You-crane afkomstige minnares wodkaatjes te drinken in haar stamkroeg, toen ter sprake kwam dat ze nog nooit in Nederland was geweest. Het leek mij wel leuk om haar eens dat saaie, koude kikkerlandje te laten zien, zodat ze ook kon realiseren waarom we het in Praag nog lang zo slecht niet hebben.
Als antwoord op de vraag of ze daar zin in zou hebben, kreeg ik echter niets dan stilte. Ze moest dan eerst iets aan mij vragen, zei ze, maar die vraag bleef uit. Na een paar minuten aandringen had ze eindelijk de moed bijeen geraapt en kwam het hoge woord eruit: “When I come with you to Amsterdam... please don’t sell me...”
Ik schoot natuurlijk in de lach, maar die meid was echter bloedserieus. Het arme schaapje was doodsbang dat ik een of andere loverboy was, waardoor ik nu ook begreep waarom ze dit ook maar met moeite durfde te vragen. Op dat moment besefte ik ook direct dat als dat hier toch niks wordt met dat poker, dat ik dan altijd nog in de vrouwenhandel kan gaan. Ik wist alleen niet of er in die business ook mooie tijdschriften zijn waar ik voor kan schrijven, dus heb ik het voorlopig nog maar even op de lange baan geschoven. Nu maar hopen dat ik haar daar ook van overtuigd heb.

Paasmarkt in Praag – Versgeknoopte zwepen! Wie maakt me los?
Bij het naderende paasweekend was het voor mij tijd om even naar Nederland te gaan, want er moest weer gekaart worden. Het €500 toernooi van de Rotterdamse Easter Series of Poker was voor mij weer een mooi moment om te kijken of ik het spelletje nog niet verleerd was.
Toch zat ik nog met de gedachte te spelen om nog een paar dagen langer in Praag te blijven, om hun bizarre Paastraditie eens van dichtbij mee te maken, want waar de carnavalviering hier nog het meeste deed denken aan ‘The Running of the Jew’ uit de film Borat, slaat Pasen werkelijk alles.
Aan de bar in ons bierlokaal om de hoek kwam ons ter ore hoe Pasen in Tsjechië wordt gevierd, waarop deze terstond begonnen te klapperen. De mannen lopen het hele Paasweekend rond met een klassieke roede en hebben het recht om elke vrouw die ze op straat zien daarmee een flinke draai om hun oren te geven, waarop de dame in kwestie naar huis moet sprinten, als ze geen eieren, snoep of geld op zak heeft om aan hem te geven. De man achtervolgt haar dan met rasse schreden en vervolgens belt hij bij haar huis aan. Als die meid dan vervolgens de deur opent, wordt zij daar ter plekke met een emmer water natgegooid door deze kerel, die dan een vrolijk Paasliedje voor haar zingt, waarop hij als beloning een ei krijgt...
Het water en de billenkoek zouden het slachtoffer gezondheid en jeugd moeten brengen, vandaar dat het slaan met een feestelijk versierd twijgje hoort te gebeuren, die je in de week voor Pasen overal op straat kunt kopen en de kinderen op school tijdens de handenarbeidles zelf maken.
Toch is die betekenis een beetje verloederd en gebruiken veel mannen gewoon een willekeurig stuk hout of een pollepel om hun vrouw er eens flink van langs te geven. In het Boheemse westen komen de dames er nog goed vanaf, in het oosten, in Moravië, schijnen er nog echte zwepen te worden gebruikt.
We dachten eerst dat wij hier flink in het ootje werden genomen, want dit niveau van absurdisme kun je simpelweg niet verzinnen. Totdat we een meid tegenkwamen die vertelde dat ze tijdens Pasen een paar dagen naar Hongarije ging, omdat ze geen zin had om de hele tijd gezweept te worden en dan een maand lang onder de blauwe plekken te zitten.
Tsjechië is een land van onbegrensde mogelijkheden, zoveel is duidelijk. Ik kan al bijna niet wachten tot Kerstmis.
Aangekomen in Rotterdam was het een blij weerzien met de Hollandse garde en kon ik samen met Brummel weer eens een ontspannen avondje Guitar Hero spelen bij RaSZi thuis. Het toernooi begon allerminst voorspoedig. Mijn value bet van drie keer de pot bleek een chipdump te zijn, met Zadelmeier als de gelukkige ontvanger. Van mijn muntjes, die de 15,000 al ruim voorbij waren, bleven er zo vlak voor de eetpauze nog maar 2,000 over.
Toch bleek ik tot mijn eigen verbazing ineens over geduld en discipline te beschikken, samen met een gezonde dosis geluk uiteraard, en haalde ik het eind van de dag met meer dan 28,000 chips. Met nog zo’n vijf tafels over had ik halverwege de tweede dag zelfs al de 80,000 aangetikt, totdat ik even later top pair flopte, wat ik natuurlijk nog nooit heb weggelegd. Ik had graag gezien dat het toernooi voor mij nog een dag langer zou duren, maar dat zat er helaas niet in. Twee keer tegen een set aanlopen is iets teveel van het goede.
Het was in ieder geval een fijn gevoel om weer eens op redelijk niveau te spelen, dat was ook alweer een tijd geleden. Met zelfvertrouwen zie ik dan ook de maand mei tegemoet, waarin de toernooiserie in Enschede de generale repetitie gaat zijn voor alweer mijn vierde WSOP-avontuur in Las Vegas.

De Royal Clipper. Zou er een goede game aan boord zijn?
Maar eerst moest er nog een andere mijlpaal gepasseerd worden: mijn 30e verjaardag. Waar ik nooit zo ‘vierderig’ ben geweest, was dit toch een moment om even bij stil te staan. Kan ik nog aanspraak maken op een plek tussen de ‘jonge garde’ van Nederlandse pokerspelers, of ga ik al iets harder dan gewenst richting veteranenstatus?
Ik heb maar besloten om hier samen met Dal senior eens drie weken over na te gaan denken op een boot. Een vijf masten, 42 zeilen, 134 meter en 300 neuzen tellende klipper zal ons de Atlantische Oceaan overbrengen van Barbados naar Rome. Onderweg zal ik vanuit het kraaiennest wel genoeg uitzicht hebben op de periode die voor mij ligt in mijn gestoorde, met het edele kaartspel doorspekte leventje. Zolang het maar net zo afwisselend en avontuurlijk is als de afgelopen jaren, zal ik niets aan mijn koers hoeven te wijzigen om een mooie tijd te hebben.
Recht zo die gaat, kapitein! Bras de zeilen, vier de schoten en rol er ook eentje voor mij...
Je weet wel, van die ene die je nog proeft bij windkracht tien.
« Terug |