Zonder twijfel is de
opkomst van poker de
grootste hype van de
afgelopen jaren. Een
prominente rol in die
ontwikkeling speelde
Peter Dalhuijsen. De
pokerprof die onlangs
de Dutch Open in
Scheveningen op zijn
naam schreef, zag
vanaf de voorste rij hoe
Nederland in 2005 het
kaartspel ontdekte.
Inmiddels heeft hij
zich naast begenadigd
pokerspeler - afgelopen
jaar speelde hij meer
dan honderdduizend
euro bij elkaar - ontpopt
als chroniqueur van de
nieuwe jongensdroom.
Door Eppo Ford.

“Ik kom uit een echte kaartfamilie”, vertelt
hij. “Bij ons thuis werd er tijdens verjaardagen,
Sinterklaas en Kerstmis altijd gekaart.
Al voordat alle noodzakelijke rituelen
voorbij waren, keek iedereen onrustig om
zich heen: wanneer gaan we beginnen?
Mijn oma is een echte Haagse kaartoma,
en mijn moeder heeft dertig jaar competitie
gebridged. Met mijn zus had ik altijd grote
ruzie; als we verloren gooiden we het spel
door elkaar”.
In de bar van het Holland Casino in Eindhoven
vervelen enkele jonge twintigers
zich, terwijl ze hun nervositeit nauwelijks
kunnen verbergen. Ze vallen uit de toon
bij het reguliere casinobezoek, dat voornamelijk
bestaat uit oude dames die achter de
fruitautomaten zitten en Aziaten die rond
de roulettetafel staan. Het casinobezoek
verandert. Poker heeft zijn entree gemaakt
en ook vanavond wordt het gespeeld. Nog
een paar uur en dan begint het lokale voorrondetoernooi
van de Dutch Open Poker.
Naast een geldbedrag van ruim vijftienhonderd
euro zijn er drie startplaatsen voor de
finale te bemachtigen, die een week later
in de onlangs vernieuwde pokerroom van
Scheveningen wordt gehouden.
De jongens die door de bar slenteren en een
blik op de dames achter de fruitautomaten
werpen, zijn nog onwetend dat de winnaar
van het toernooi voor ons zit, een kaal geschoren,
wat magere en slungelige jongen
die luistert naar de naam Peter Dalhuijsen.
Ondertussen neemt de jongen ontspannen
en met zelfvertrouwen een slok van zijn
bier, steekt een sigaret op en vertelt hij hoe
hij zich buiten de familiekring ontpopte als
kaarter. “In de laatste jaren van het Dalton
College in Voorburg volgde ik maar twee
uur les per dag. Dan gingen we bijvoorbeeld
naar vrienden toe, lekker kaarten. Of
Den Haag in”.
‘De beste
prestatie is dat
ze het niet
erg vinden
om van je
te verliezen’
Omdat hij met gemak goede cijfers op het
VWO haalde, knepen de docenten geregeld
een oogje dicht wanneer de kaarten op tafel
kwamen. Maar om jaloezie van andere
leerlingen te voorkomen werd vriendelijk
verzocht het buiten de school te spelen.
Een stamkroeg werd De Sater in Leidschendam.
Dalhuijsen lacht om een anekdote:
“Op een dinsdagavond mengden ik en een
vriend ons met oude rockers die er elke
week klaverjasten. Zij hadden niet door
dat we seinden naar elkaar. In het begin
was dat moeilijk omdat je partners werden
geloot, maar toen ik eenmaal door had hoe
de loting werkte, zorgde ik door het verwisselen
van de nummers op de stoelen dat ik
telkens mijn vriend trof. Het was wel mooi:
elke keer als we honderd roem haalden, zag
je die gasten kijken, hebben ze het weer
goed”. Toevoegend: “Het was voor de gein,
we wilden zien of ons systeem werkte. Het
ging niet om geld”.
Met poker kijkt hij overigens wel uit om vals
te spelen. “Daar staat de doodstraf op. En
het gaat mij om de sport, ik zou niet tevreden
zijn wanneer ik won met valsspelen”.
Daarnaast; hij heeft het niet nodig. Kaartte
de tegenwoordig deels in Utrecht en deels
in Barcelona wonende pokerprof op school
nog voor de eer, inmiddels wint hij grof
geld. Hij staat nummer tien op de Nederlandse
All Time Money List met een prijzengeld
van ruim $ 300.000.
En dat hij zich houdt aan afspraken, bewijst
zijn hoofd. Hij is net terug van een korte pokertrip
naar Dublin, die uitvoerig in zijn internetcolumn
is beschreven. Daar staat ook
te lezen hoe zijn hoofd is kaalgeschoren.
Het is het onfortuinlijke gevolg van een zogenaamde
last longer bet. Dat is een weddenschap
wie het langste in een toernooi
blijft, die hij in Ierland afsloot met pokercollega
en kamergenoot Steven van Zadelhoff,
de nummer dertien op de Nederlandse All
Time Money list met bijna $ 200.000 en die
Dalhuijsen verloor. “Dat was niet zo slim.
Steven is al kaal”.
Vrijheid
Het was 1998 toen Dalhuijsen poker ontdekte.
Dalhuijsen: “Ik had al vrij snel door
dat ik lui was, en ik zocht een makkelijke
manier om geld te verdienen. Ik had gehoord
van blackjacksystemen en hoe je videopoker
kan winnen als je het op de juiste
manier speelt”. Een studie civiele techniek
in Delft was hem niet bevallen, net als informatica
en later psychologie. De film
Rounders, waarin Matt Damon ondanks
pogingen van zijn omgeving de roep van de
kaarten niet kan weerstaan, raakte hem wél
en bracht hem op het idee poker te proberen.
Al klinkt de beleving van Dalhuijsen nu
afstandelijker. “Ik vind het spel leuk, maar
niet bijzonder. Het ging mij om het vinden
van een manier om vrijheid te houden en
niet voor een baas te hoeven werken”.
‘Ik zocht een
makkelijke
manier
om geld
te verdienen’
Hij zette zich met zijn huisgenoten rond de
tafel om het spel te spelen. Vervolgens ging
hij op zoek naar lectuur om zich te verbeteren
en zijn huisgenoten te kunnen verslaan.
“Het is een van de beste eigenschappen als
pokerspeler: niet tegen je verlies kunnen.
Anders ga je nonchalant worden. Als je echt
wilt winnen moet je de drive hebben, je in
een toernooi kunnen vastbijten. Dat het voelt
alsof je leven er vanaf hangt. En als je verliest
moet je niet op tilt slaan”, aldus Dalhuijsen.
De eerste keer dat hij duizend dollar op één
dag verloor, pokerde hij drie weken niet, zo
ziek was hij. “Maar op een dag verlies je vijfduizend
dollar, of tienduizend dollar. Het is
net als drugs gebruiken, het is gewenning.
Nu haal ik mijn schouders op als ik duizend
dollar verlies en denk ik: ik heb het wel eens
erger meegemaakt”.
Zijn zoektocht naar lectuur deed hem op
internet op ‘Big Deal’ stuiten, een reisverslag
van Anthony Holden over het leven
als pokerspeler. “Ik had nog geen creditcard
en vond het uiteindelijk bij De Slegte”. Het
boek toonde Dalhuijsen een levenswijze zoals
hij zocht.
Bij Snookercentrum Delta, vlak bij Station
Den Haag Centraal, waar hij destijds snookerde,
een sport die hij tien jaar beoefende,
vond hij het bewijs dat het boek gelijk had
en dat er geld te verdienen valt. “We gingen
een keer met die gasten pokeren. Ik had toen
al een paar boeken gelezen. Zij waren alleen
maar aan het betalen. Het ging gewoon te
makkelijk”.
Neuro - linguïstisch
Poker is echter meer dan niet tegen je verlies
kunnen en het lezen van lectuur. Je moet de
zwakke plekken van de tegenstander feilloos
kunnen lezen, zodat je de kansen van
je eigen hand maximaliseert; of het nu zijn
kaarten zijn, het gebrek aan chips of de manier
waarop hij speelt. Dalhuijsen: “Zeventig
procent van poker hangt af van menselijke
factoren. Zo zijn spelers van de straat
goed in het ruiken van angst”.
Het kunnen lezen van tegenstanders is de
grote kracht van het spel van Dalhuijsen, al
komt hij niet van de straat. “Mijn vader geeft
trainingen in neuro-linguïstisch programmeren,
dat hij in Nederland heeft geïntroduceerd.
Over hoe je effectieve interventies
op de werkvloer kan maken. Het gaat diep
in op gedragspatronen herkennen en hoe je
daarop kunt inspelen, en bijvoorbeeld met je
lichaamstaal mensen onbewust kan sturen.
Dat gebruik ik ook”. Veel pikte hij op door
discussies in de huiskamer, en uiteindelijk
volgde hij in 2003 zelf een training.
Hij geeft een voorbeeld van hoe je mensen
aan de pokertafel kan beïnvloeden. “Als je
vriendjes wordt met je tegenstanders door
over koetjes en kalfjes te spreken, heeft dat
als gevolg dat ze je onbewust niet blut willen
spelen”. Dalhuijsen citeert een van ’s
werelds meest geliefde en succesvolle pokerspelers
Daniel Negreanu, eerste op de
World Poker Tour All Time Money list, en
voorheen poolhustler: “De uitdaging is niet
de partij winnen of het geld. De beste prestatie
is dat ze het niet erg vinden om van je
te verliezen”. Dalhuijsen: “Ik speel ook niet
graag meer tegen vrienden. Als ik verlies,
baal ik en als ik win voel ik me schuldig”.
Voorronde
Het is bovenstaand gegeven dat Dalhuijsen
ook in Eindhoven aan de tafel gebruikt.
Wanneer de bar is leeggelopen en het toernooi
is begonnen, kijken de meeste spelers
gespannen en geconcentreerd naar hun
kaarten. Dalhuijsen doet meer. Als een John
Malkovich in topvorm maakt hij nonchalant
grappen met spelers en dealers, zonder het
te overdrijven of te populair te worden. En
als hij ze ziet lachen, weet hij dat hij de eerste
slag heeft gewonnen. Tevens helpt zijn
bekendheid van tv; als speler en incidenteel
commentator, en columnist van Poker Magazine
en pokercollege.nl.
Hoewel hij voor de start van de voorronde
nog zeer kritisch was over de opzet van de
Dutch Open, waar de spelers slechts één
keer mogen deelnemen aan een voorronde,
zodat veel goede Nederlandse profs geëlimineerd
worden door mindere goden met
veel geluk, bereikt hij met agressief spel als
chipleader – de speler met de meeste chips - de
laatste tafel. “Ogen dicht en schuiven”,
noemde hij zijn tactiek vooraf, gezien het
gegeven dat de spelers in het eerste uur
zich regelmatig opnieuw in het toernooi
mochten inkopen na een mislukte ‘all in’,
en waarvan hij als eerste speler van het toernooi
gebruik maakte. Dalhuijsen geeft zijn
voorsprong aan de laatste tafel niet meer
weg en wint het voorrondetoernooi, tot tevredenheid
van het publiek dat is gebleven
tot in de kleine uurtjes.
Start hype

Dalhuijsen maakte van dichtbij mee hoe
poker populair werd in Nederland. Hij
was één van de initiatiefnemers van de
website pokercollege.nl, samen met pokercollega’s
Jan Pieter Postmus en Steven Ten
Cate. Dalhuijsen: “Ik had drie jaar websites
gebouwd toen JP en Steven mij benaderden
of ik ze kon helpen met het maken
van een pokerwebsite. We besloten ons op
studenten te richten. Toen we met de site
de lucht in gingen, organiseerden we een
gratis toernooi met als eerste prijs duizend
dollar. In heel Nederland plakten we posters
in studentensteden en universiteiten.
We kwamen ook bij de media terecht en
belden onder andere de Sp!ts, in de hoop
op een klein berichtje. Aan de andere kant
van de telefoonlijn riepen ze: wat, studenten
die pokeren als bijbaan? We kregen
twee pagina’s op 13 mei 2005. Vervolgens
werden we gebeld door Giel Beelen voor
3FM. BNN spraken we, TV Utrecht, Het
Hart van Nederland. Iedereen moest ons
hebben”. Oprecht: “Het nieuwsfeit was dat
pokeren een hype onder studenten was,
maar dat was niet waar. Maar door al die
aandacht werd het wel een hype”.
De tweede golf van de hype kwam door
Veronica Poker. “We zagen de groei door
het toenemende aantal bezoekers op onze
website”.
De grootste bedreiging voor het pokeren
in Nederland is ook opgestaan: de politiek.
Veel politici maken zich zorgen over
de populariteit van het spel waarmee grote
bedragen gemoeid gaan. Dalhuijsen: “De
beleidsbepalers hebben het in de discussie
over een kansspel. Maar het is een skill
game. Ik zie wel iets in de Franse situatie,
waar je tussen kansspelen en sporten een
derde categorie hebt, waaronder spellen
als bridge en backgammon vallen. Poker is
net als bridge een biedspel, waarbij je inzet
op je kaarten en er tevens een geluksfactor
aanwezig is”.
Las Vegas
Dalhuijsen weet wat Poker kan gebruiken
om Nederland definitief voor zich te winnen.
“Het heeft een Barney nodig. Nederland
heeft nog nooit een gouden armband
gewonnen”. Hij stelt de prijs die de ultieme
beloning is tijdens de jaarlijkse World
series of Poker in Las Vegas gelijk aan een
olympische medaille. Graag zou hij de eerste
Nederlandse zelf bemachtigen. “Maar
veel beter is het om er drie te winnen. Dat
is mijn droom. Als ik stop met poker, zou ik
nog steeds in Vegas spelen”.
Het is wel een droom waarvoor hij offers
bracht. De eerste keer dat hij naar Las Vegas
ging, was samen met zijn vriendin. Zij
voelde er destijds voor om in Nederland
een stap verder te gaan in de relatie, en
dacht aan een gezin. Dalhuijsen dacht echter
aan meerdere maanden Las Vegas de
komende jaren, en hij verbrak de relatie.
Ook dit jaar ging hij naar Vegas. Twee
maanden pokeren in Amerika kostte hem
$68.000, wat hij grotendeels betaalde van
zijn prijzengeld uit 2006, toen hij succesvoller
was en één keer een laatste tafel bereikte
en negende werd.
Het verlies in Vegas was een leerzame ervaring.
Dalhuijsen: “Afgelopen maanden
heb ik het weer goedgemaakt en heb ik in
Nederland meer dan honderdduizend euro
gewonnen”. Zijn beste prestatie was dat
hij tijdens de Summer Classics in Utrecht
twee opeenvolgende toernooidagen op
zijn naam schreef. De derde dag werd
hij zevende, maar het winnen van twee
opeenvolgende toernooidagen was een
internationale prestatie van formaat, die
gerespecteerd werd: de derde dag maakte
hij onder luid applaus een entree op de
schouders van zijn pokervrienden.
Finale
Dat hij sinds Vegas in vorm is, blijkt niet alleen
in Eindhoven en Utrecht. Een week na
de laatste voorronde in Eindhoven zijn in
Scheveningen 39 finalisten samengekomen.
Op de plek die Dalhuijsen ‘de meest relaxte
locatie’ van Nederland noemt, wegens de
open houding van het casinopersoneel,
zet hij de tafels wederom naar zijn hand.
Hij wint, weliswaar met het nodige geluk
in enkele hachelijke situaties, €31.000, de
Nederlandse titel Dutch Open die hij overneemt
van pokercollege partner Steven ten
Cate, en een bos bloemen (‘voor oma’).
Toch ziet hij zichzelf in de toekomst niet alleen
maar pokeren. Hij herhaalde in Eindhoven
tussen de rondes door wat hij eerder
op de avond vertelde, dat pokeren niet zijn
doel is, maar een middel om in vrijheid te
leven en reizen. Dalhuijsen: “Ik heb ongeveer
tweehonderd stukjes geschreven. Die
wil ik gaan bundelen in een boekje. Zelf
werd ik enthousiast door Big Deal. Dan is
de cirkel rond”.
Dit artikel werd op 14 december 2007 gepubliceerd in Den Haag Centraal
Fotografie: Willy Jolly
« Terug
|